|
Afstaande oren
komen veel voor en zijn het gevolg van een aangeboren misvorming
van het kraakbeenskelet van de oorschelp.
De oorcorrectie kan al vanaf het zesde levensjaar
worden uitgevoerd, dus voordat de kinderen ermee
gepest zouden kunnen worden.
Onder gehele (bij kinderen) of plaatselijke
(bij volwassenen) verdoving wordt een insnede gemaakt achter
het oor in de plooi tussen het oor en het hoofd. Daarna wordt
met draadjes de stand van het oorkraakbeen veranderd, waardoor
de oren dichter bij het hoofd komen te staan.
Na de oorcorrectie moet de patiënt een week een tulband
dragen dag en nacht. Nadien schrijf ik meestal deze band nog
eens voor 3 weken voor maar dan enkel 's nachts.
Het komt vaak voor dat de ooschelpen nog enkele weken wat
rood, gezwollen en gevoelig blijven. Dit verdwijnt geleidelijk
aan.
|